Tijdens de zwangerschap
Op deze pagina worden diverse indicatoren weergegeven die betrekking hebben op de periode tijdens de zwangerschap. De meeste cijfers op deze pagina zijn gebaseerd op het aantal zwangeren dat 24 weken of langer zwanger is en in het betreffende kalenderjaar bevallen is.
De grafieken worden onderverdeeld in de volgende subthema's:
De figuren tonen het percentage zwangeren dat te maken heeft met psychische problematiek. Dit is op twee manieren berekend:
- het percentage zwangeren dat medicatie gebruikt die is voorgeschreven voor de behandeling van angststoornissen en/of depressie.
- het percentage zwageren dat gebruik maakt van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en/of medicatie voorgeschreven voor psychische problematiek.
Hierbij is bepaald hoeveel zwangeren binnen deze groep zorguitgaven hebben gehad voor de (Geestelijke gezondheidszorg) en/of medicatie hebben gebruikt voor psychische problemen. Voor punt 2 is, naast medicatie voor angststoornissen en/of depressie (zoals bij punt 1), ook het gebruik van medicatie voor andere mentale klachten meegenomen, zoals middelen tegen psychotische stoornissen of slaapmedicatie. Dit is vastgesteld aan de hand van zorgdeclaraties.
Het is belangrijk om te vermelden dat in 2021 de (Diagnose Behandel Combinatie)-systematiek is vervangen door het Zorgprestatiemodel. Deze overgang kan invloed hebben gehad op de cijfers van 2021 en 2022, waardoor deze jaren minder goed te vergelijken zijn met eerdere jaren. Hierover staat meer beschreven op de Regiobeeld pagina over Psychische Problematiek.
Bovenaan de figuur kunt u zelf kiezen welke percentages u wilt zien. De landkaart toont het percentage psychische problematiek per gemeente in de geselecteerde regio, de trendgrafiek toont de ontwikkeling van het percentage psychische problematiek door de tijd.
De figuren tonen het percentage zwangeren dat te maken heeft met een (langdurig) laag inkomen. Dit is op drie manieren bepaald.
- het percentage zwangeren met een huishoudinkomen wat tot de laagste 10% van alle huishoudinkomens behoort van de groep zwangeren;
- het percentage zwangeren met een huishoudinkomen tot 125% van het wettelijk sociaal minimum;
- het percentage zwangeren wat langdurig (vier jaar of langer) een huishoudinkomen heeft onder de inkomensgrens van 125% van het wettelijk sociaal minimum.
De cijfers zijn gebaseerd op het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen. Huishoudens van studenten, huishoudens die slechts een deel van het jaar inkomen hadden, huishoudens in instellingen, huishoudens waarvan het inkomen onbekend is en huishoudens die in ten minste één van de drie voorgaande jaren niet tot de doelgroep behoorden, zijn niet meegenomen in deze cijfers.
De berekeningen voor inkomen zijn in het najaar 2026 aangepast, zie de pagina Verantwoording.
Bovenaan de figuur kunt u zelf kiezen welke percentages u wilt zien. De landkaart toont het percentage laag inkomen per gemeente in de geselecteerde regio, de trendgrafiek toont de ontwikkeling van het percentage laag inkomen door de tijd.
Het figuur geeft het percentage zwangeren weer met een registratie in de schuldsanering en/of een betalingsachterstand van zes maanden of langer bij de zorgverzekeraar. Per jaar is vastgesteld hoeveel zwangeren gebruik hebben gemaakt van de schuldsanering op basis van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp), en/of als wanbetaler geregistreerd staan bij de zorgverzekeraar volgens de Zorgverzekeringswet. Een verzekerde wordt als wanbetaler beschouwd wanneer gedurende ten minste zes maanden geen premie voor de basisverzekering is betaald.
De trendgrafiek toont de ontwikkeling van het percentage schulden door de tijd. Vanwege de lage aantallen is het niet mogelijk om de gegevens op gemeente niveau te presenteren.
De figuren tonen het percentage zwangeren met een laag opleidingsniveau. Het opleidingsniveau wordt als laag gedefinieerd wanneer de hoogst voltooide opleiding basisonderwijs, praktijkonderwijs, vmbo, havo onderbouw of vwo-onderbouw betreft. Het percentage is berekend onder zwangeren van wie het hoogst afgeronde opleidingsniveau bekend is.
De landkaart toont het percentage laag opleidingsniveau per gemeente in de geselecteerde regio, de trendgrafiek toont de ontwikkeling van het percentage laag opleidingsniveau door de tijd.
De trendgrafiek toont de ontwikkeling van het percentage tienermoeders door de tijd. Tienermoeders zijn hierbij gedefinieerd als zwangerschappen van vrouwen die in het jaar van de bevalling ouder waren dan 14 jaar, maar jonger dan 20 jaar (peildatum 31 december van het betreffende jaar). Het percentage is berekend ten opzichte van alle tienermeisjes van die leeftijd in het betreffende jaar. Vanwege de lage aantallen is het niet mogelijk om de gegevens op gemeente niveau te presenteren.
De landkaart toont de gemiddelde leefbaarheidsscore van woonwijken van zwangeren per gemeente in de geselecteerde regio.
De trendgrafiek laat de ontwikkeling van de gemiddelde leefbaarheidsscore zien door de tijd van woonwijken van zwangeren en hun partner in Nederland en de geselecteerde regio('s). Hiervoor is informatie beschikbaar voor de jaren 2018, 2020 en 2022.
Deze score geeft een indicatie van de gemiddelde leefbaarheid op basis van verschillende kenmerken van de woonomgeving, zoals het aantal gepleegde misdrijven of de mate van geluidshinder. De score loopt uiteen van zeer onvoldoende tot uitstekend. Voor de interpretatie kunnen de volgende afkappunten worden gehanteerd:
- Zeer onvoldoende | < 3,67
- Onvoldoende | 3,67-3,74
- Zwak | 3,74-3,81
- Voldoende | 3,81-3,93
- Ruim voldoende | 3,93-3,99
- Goed | 3,99-4,11
- Zeer goed | 4,11-4,19
- Uitstekend | > 4,19
Meer informatie over de leefbaarheidsscore is te vinden op de website van de Leefbarometer: Instrumentontwikkeling Leefbarometer 3.0.
De figuren tonen het percentage zwangeren bij wie de zwangerschapsbegeleiding is gestart na de 10e week van de zwangerschap. Hierbij is uitgegaan van de dag van het eerste consult met de zwangerschapsbegeleider én of de zwangere op dat moment 70 dagen of langer zwanger is.
De trendgrafiek laat de ontwikkeling zien van het percentage zwangeren dat na de 10e week van de zwangerschap startte met zwangerschapsbegeleiding, in Nederland en in de geselecteerde regio. De landkaart toont het percentage zwangeren dat na de 10e week met zwangerschapsbegeleiding startte, per gemeente in de geselecteerde regio.
De figuren tonen het percentage zwangeren met een overdracht van eerste lijn (zorg onder leiding van de verloskundige) naar tweede lijn (zorg onder leiding van de gynaecoloog) binnen de geboortezorg.
De trendgrafiek toont de ontwikkeling van het percentage zwangeren met een overdracht door de tijd. De landkaart toont het percentage zwangeren met een overdracht, per gemeente in de geselecteerde regio.
De figuren tonen het percentage zwangeren met een bepaalde plaats van bevalling voor verschillende jaren.
Het staafdiagram toont het percentage zwangeren dat is bevallen in het ziekenhuis, thuis, in een geboortecentrum of onderweg, in de geselecteerde regio. De landkaart toont het percentage zwangeren dat is bevallen in het ziekenhuis, geboortecentrum of thuis per gemeente in de geselecteerde regio. Vanwege de te kleine aantallen worden de gegevens van de bevalplaatsen onderweg, onbekend en geboortecentrum niet altijd getoond op gemeenteniveau.
De volgende kaart en grafiek tonen per geselecteerde regio het aantal patiënten en de uitgaven voor geboortezorg die verzekerd zijn via de basisverzekering (Zvw). De uitgaven zijn die uitgaven die daadwerkelijk vergoed zijn door de zorgverzekeraars. Hierbij gaat het om uitgaven voor zowel verloskundige hulp als voor kraamzorg. Vanaf 2020 zijn de uitgaven voor integrale geboortezorg, onderdeel van verloskundige hulp, ook hierin meegenomen.
In het menu binnen het tabblad kan worden gekozen om de uitgaven of het aantal patiënten van geboortezorg weer te geven. In het eerste tabblad worden de gemeenten binnen de geselecteerde regio getoond in een kaart en wordt de geselecteerde regio vergeleken met Nederland in de lijngrafiek. Via de tabbladen ‘wijk’ en ‘buurt’ kunnen vervolgens diepere regio-niveaus worden bekeken. Wijk- en buurtcijfers kunnen worden vergeleken met de cijfers van de desbetreffende gemeente. Via de drop-down menu's of door te klikken op de kaart kan de regio-selectie worden gewijzigd.